7 tips voor het schrijven van een helend verhaal

Wil je een helend verhaal schrijven voor je kind? Dat kan!

Dat kan! Omdat het schrijven van een helend verhaal voor de meeste mensen makkelijker is dan het schrijven van een helend gedicht, heb ik wat tips voor het schrijven van een helend verhaal voor je op een rijtje gezet.

Deze tips kun je natuurlijk ook gebruiken voor het schrijven van een helend gedicht. Het principe is hetzelfde.

Voor het schrijven van een helend verhaal gebruik ik vaak de tips uit twee boeken:

  • ‘Helende verhalen, metaforen voor kinderen met allergische reacties, overgevoeligheden of angsten’ door Paul Liekens en Ann Delnoy
  • ‘Verbeeldingskracht als heelmeester’ door Anneke van der Meer

De 7 tips uit het stappenplan hieronder komen uit bovenstaande boeken.

Stap 1: de informatie die je nodig hebt

  • Hoe oud is je kind?
  • Waar is je kind bang voor? (Dit wil je kind vermijden of overwinnen.)
  • Wat is het probleem van je kind? (Dit wil je kind vermijden of overwinnen.)
  • Waar heeft je kind bewondering voor? (Dit wil je kind bereiken.)

Verplaats je naar de belevingswereld van je kind

  • Welke knuffels vindt je kind leuk?
  • Wat is het lievelingsdier van je kind?
  • Naar welke televisieprogramma’s kijkt je kind graag?
  • Wie zijn de helden van je kind?
  • Wat doet je kind graag? (Bijvoorbeeld een sport of andere activiteit.)
  • Zijn er bijzonderheden in het leven van je kind?
  • Wat zijn de bijzondere karaktereigenschappen van je kind?
  • Welke karaktereigenschappen zou je kind het liefst willen hebben (of willen ontwikkelen)? (Bijvoorbeeld: zelfvertrouwen, kracht, moed.)

Stap 2: kies een hoofdfiguur en een wereld

Kies een hoofdfiguur waar je kind zich goed mee kan identificeren, iets of iemand uit zijn belevingswereld. Deze hoofdfiguur neemt in het verhaal de plaats van je kind in.

Kies een wereld waarin je kind zal genieten. Denk bijvoorbeeld aan een wereld met prinsen en prinsessen, ridders, dieren, insecten, planeten, enzovoort.

Stap 3: bedenk een beginsituatie

Begin met de werkelijkheid: de hoofdfiguur heeft dezelfde problemen en symptomen als je kind. Erken de gevoelens van je kind zoals die nu zijn, zonder oordelen. In het verhaal mag je kind alles voelen, niets wordt onderdrukt. Je kind zal dit herkennen en dit geeft rust. Hij is niet de enige met dit gevoel.

Stap 4: bedenk een eindsituatie

Wat wil de hoofdfiguur bereiken? Hij wil misschien slimmer, sterker, vrij van symptomen, zelfverzekerder, enzovoort zijn. Het einde van het verhaal is hoopvol, het loopt goed af.

Stap 5: bedenk de weg

Hoe heeft de hoofdfiguur dit bereikt? Welke weg heeft hij afgelegd om daar te komen?

Stap 6: schrijf de eerste fase van het verhaal

De hoofdfiguur neemt de plaats in van je kind en beleeft allerlei leuke en interessante dingen waaruit blijkt dat hij veel slimmer en sterker is dan vroeger. Laat goed blijken dat pootjes, handjes, tandjes sterker zijn geworden. Benoem ook de positieve karaktereigenschappen die je kind al heeft en welke hij graag zou hebben. De hoofdfiguur is sowieso aardig, moedig lief en wordt zeer gewaardeerd door andere figuren in het verhaal. (Dit wil ieder kind.)

Stap 7: schrijf de tweede fase van het verhaal

Laat de hoofdfiguur dezelfde problemen en symptomen hebben als je kind. Bijvoorbeeld hoofdpijn of een naar gevoel in de buik. Leg hierbij sterk de nadruk op het feit dat niet de hoofdfiguur ziek is, maar dat zijn hoofdje of buikje ziek is.
Een wijs dier (of ander figuur) geeft wijze raad. Het hoofdje geneest nu snel omdat het net zoals de pootjes gegroeid is en sterker is geworden. (Vroeger werd het hoofdje ziek van… maar nu is het sterk genoeg en kan het tegen…)
De hoofdfiguur leert in het verhaal dingen die hij vroeger niet kon en nu wel.

Vooral bij allergieën of een voedselovergevoeligheid kan het heel goed werken een oude wijze tovenaar, oude uil of ander figuur te laten vertellen dat er in het buikje allemaal kleine helpertjes zitten die de hoofdfiguur altijd willen helpen.

Een melkallergie kan bijvoorbeeld ontstaan doordat er een keer zure melk is gedronken. Het lichaam reageert hierop met buikpijn en overgeven om de zure melk zo snel mogelijk uit het lichaam te krijgen, want zure melk is niet goed voor ons. Een volgende keer dat er melk wordt gedronken, ook al is de melk nu welk goed, kan het lichaam weer net zo reageren als bij de zure melk: het herkent melk en weet van de vorige keer dat dit niet goed was voor het lichaam en wil nu ook deze melk eruit werken.

In het verhaal denkt één van de helpertjes de hoofdfiguur te helpen door hem iedere keer als hij melk drinkt buikpijn te bezorgen, omdat hij denkt dat melk niet goed voor hem is. De wijze tovenaar legt uit dat dit helpertje nu ook snapt dat dit alleen geldt bij zure melk en zal nu de symptomen en beperkingen bij het drinken van goede melk wegnemen. (Op deze manier wordt de ‘vergissing’ in het onbewuste die ontstaan is na een keer zure melk te hebben gedronken weer rechtgezet waardoor de allergie kan verdwijnen.)

Nog wat aanvullende tips die je kunt toepassen:

  • Laat merken dat het slim is om hulp te vragen,
  • Gebruik metaforen,
  • Geef de boodschap dat alles weer goed komt,
  • Gebruik zintuiglijke woorden,
  • Het is belangrijk dat je kind het verhaal vaker hoort, maar gebruik geen dwang.

Ook psychische achtergronden voor lichamelijke klachten kunnen heel waardevol zijn. Denk bijvoorbeeld aan het gedachtegoed van Louise Hay en Christiane Beerlandt.

Succes!

© 2016 - 2020 Helende gedichten | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel
Ook een eigen gratis shop?